De gevaren van de stadswandeling

Op stap

Mijn moeder, de zestig ruim gepasseerd, probeert al een half jaar af te vallen. Gezien haar gewrichten erg slecht zijn, is intensief sporten geen optie. In plaats daarvan heeft ze een stappenteller aangeschaft. Ze probeert iedere dag tien duizend stappen te zetten. Tienduizend is de aanbevolen hoeveelheid stappen per dag die ieder dient te zetten, maar lang niet iedereen komt aan die hoeveelheid. Het staat immers gelijk aan ongeveer zeven á acht kilometer lopen. Dat betekent een extra lang ommetjes met de hond, de boodschappen toch te voet doen of ’s avonds na het eten nog even de deur uit voor een frisse neus.

In haar omgeving had ze veel succes verhalen gehoord. Leeftijdsgenoten waren op een zelfde manier kilo’s kwijtgeraakt. Wandelen is natuurlijk erg laagdrempelig om mee te beginnen, je hoeft enkel je jas aan te doen en de deur uit te stappen. En samen met vriendinnen was het vaak ook nog eens erg gezellig.

Mijn moeder ging dus vol goede moed de uitdaging aan. Vanaf mei heeft ze iedere dag de tienduizend stappen gehaald. Vaak ging ze inderdaad met vriendinnen op stap, om vervolgens een rondje door de stad te lopen. Maar helaas bleef het resultaat uit. Het lukte haar maar niet om kilo’s te verliezen. Daar raakte ze natuurlijk enorm gedemotiveerd van. Iedere keer als ik haar bezocht begon ze er over te klagen. Nu het kouder begint te worden buiten, willen veel van haar vriendinnen niet meer mee. Maar mijn moeder bleef stug doorlopen, zelfs als er niemand mee wilde.

Waarom mijn moeder geen kilo's verliest

Ik besloot daarom haar eens in de week te gaan vergezellen. Ze woont gelukkig in de buurt, dus na het eten ging ik naar haar toe en maakten we samen een wandeling door de stad. Ze vertelde dat ze altijd de gezelligheid in de stad opzocht, het was zo leuk om ’s avonds nog allemaal mensen tegen te komen in de stad. De eerste keer dat ik meeging begon het halverwege te miezeren. ‘Laten we maar even een stop maken’, zei moeders. Uit een van de vele rijkelijk gedecoreerde stoepborden koos ze een cafeetje uit waar ‘Koffie en gebak voor 5 euro’ op stond. Dus we besloten het ervan te nemen en de regen af te wachten.

De week erna, regende het niet, maar stopte ze bij hetzelfde cafeetje. ‘Tijd voor een pauze’. En wederom aten we koffie met een taartje in dat leuke cafeetje. Toen ze de week er na hetzelfde voorstelde, begreep ik ineens waarom ze geen kilo’s verliest. Dit was geen eenmalige traktatie, dit was een ritueel. Mijn moeder werd verleid door al het lekkers dat er op de stoepborden in de stad aangeprezen werd. ‘Als ik meer beweeg, mag ik ook meer eten, toch?